Z
aterdagavond. Hylko Lubbers hoeft zichzelf in ’zijn’ gerenoveerde Dorpskerk in Voorschoten niet voor te stellen. Hij wórdt voorgesteld. ,,Lubbers? Die sliep hier’’, zegt iemand. Wethouder Aad Draijer voegt eraan toe: ,,Je mag hem wel de hemel inprijzen, zoveel heeft hij hier gedaan.’’ Lubbers geniet niet alleen, maar herinnert ook aan eerdere loftuitingen. ,,Ze hebben hier al een nis voor me gereserveerd.’’ Hij wijst naar een uitsparing in een van de hoeken van de kerk. Of hij hier ingemetseld wil worden? ,,Nee, het is maar bij wijze van spreken natuurlijk.’’De 66-jarige Voorschotenaar is lid van de kerkvoogdij en kerkrentmeester van de Nederlandse hervormde kerk in het hartje van het dorp. Elf maanden was hij ook ’een soort bouwmeester’. Vaak van half acht ’s morgens tot een uur of half tien ’s avonds. ,,Vroeger had ik een adviesbureau voor de wegenbouw. Ik zat dus al in de bouw. Alleen was dit van een wat andere soort.’’
Vooral op Lubbers wordt gedoeld als bij de officiële heropening van de in 1886 gebouwde kerk op de ’onschatbare waarde’ van vrijwilligers wordt gewezen. Bijvoorbeeld door wethouder én loco-burgemeester Peter Verschoor, die erop wijst dat ’het ongeduld na lang en hard werken is beloond met een nieuwe cultuurtempel in Voorschoten’.
Maar Lubbers laat zich niet alleen gelukwensen, hij deelt ook zelf complimenten uit. En dan met name aan de schilders. ,,Die ontdekten bij toeval in juli vorig jaar dat de uiteinden van de balken in de nok van de kerk helemaal waren vermolmd. De kerk bleek op dat moment op instorten te staan. Als ze dat niet hadden gezien, was al het werk waarschijnlijk voor niets geweest.’’
Dergelijke ’onvoorziene omstandigheden’ leidden tot een vertraging van vier maanden en droegen bij aan het oplopen van de kosten. In plaats van de beoogde negen ton komt het herstel van de kerk, waarvan drie jaar geleden al het exterieur onderhanden is genomen, uit op 1,3 miljoen gulden. Daarvan is tot nu toe 1.050.000 gulden binnen. De gemeente heeft 550.000 gulden op tafel gelegd. De helft is een renteloze lening, de andere helft krijgt het bestuur van de kerk als gift. De rest is binnengekomen van sponsors en acties, waarvan sommige nog doorlopen.
,,Achteraf’’, geeft Lubbers toe, ,,waren we wel blij met die vertraging. Natuurlijk hadden we hier graag met Kerstmis al weer diensten gehouden, maar op dat moment was veel nog niet klaar: de kerkbanken, die door vrijwilligers zijn opgeknapt, de nieuwe preekstoel die door eigen mensen is ontworpen.’’
De samenwerking tussen de bouwer en zo’n vijftig vrijwilligers leverde overigens ook irritatie op. Uitvoerder Van Eijgen van aannemersbedrijf Niersman wees daar al eerder op: ,,Het is heel apart om met die mensen te werken. Ze doen fantastisch werk, maar soms is het best wel storend. Normaal gesproken is het zo dat je een huis oplevert, mensen de sleutel geeft en dat ze dán met klachten komen. Hier komen ze steeds tijdens de werkzaamheden met allerlei opmerkingen.’’ Lubbers kan zich die kritiek wel voorstellen. ,,Ik denk best dat het voor de aannemer lastig is geweest dat wij hier steeds waren. Maar we hebben ook complimenten van die kant gehad. Bijvoorbeeld voor het vakmanschap van de preekstoel. En ik geloof ook dat we door onze aanwezigheid uiteindelijk tijd hebben gewonnen, omdat die aannemer steeds met mij kon overleggen als er iets onduidelijk was.’’
Bij die eendrachtige samenwerking was (en is) ook architecte Mariëlle van Ooi nauw betrokken. ,,Deze kerk heeft geen nieuw jasje gekregen, maar juist een jasje uitgedaan.’’ Ze doelt daarmee op het verwijderen van het verlaagde plafond, waardoor het oude, in Engels-gotische stijl uitgevoerde plafond met veel houtsnijwerk weer tevoorschijn is gekomen. En op het weghalen van gasbetonnen binnenmuren, waardoor de originele wanden en ramen weer zichtbaar zijn en het licht van buiten naar binnen kan komen. Bij de vorige verbouwing in 1960 zijn al die authentieke zaken ’weggeblubberd’, om met Van Eijgen te spreken. Kees Barel, voorzitter van de kerkvoogdij, begrijpt wel waarom dat destijds is gedaan. ,,Het was de tijd van de vernieuwing. Toch hoop ik niet dat over veertig jaar iemand zegt, wat heeft die mensen in 2001 bezield? Maar als dat toch gebeurt, heb ik daar bij voorbaat geen spijt van.’’
Barel wijst erop dat kunst en geloof in elkaars verlengde liggen. Zeker in Voorschoten, waar een speciale stichting in het leven is geroepen voor het cultureel gebruik van de Dorpskerk. ,,Kunst is geloven in inspiratie’’, zegt hij vlak voor het openingsconcert door het Fort Lux Kwintet met onder anderen altvioliste Esther Atituley en trompettist/acteur Hans Dagelet.
Kunst is ook geloven in vrijwilligerswerk. Dat blijkt als voor het geluid opnieuw de hulp wordt ingeroepen van supervrijwilliger Hylko Lubbers. ,,Bij de akoestiek is nu vooral uitgegaan van de muziek. We gaan nog praten met geluidsexperts van Hacousto uit Rotterdam, zodat ook sprekers goed te verstaan zijn.’’ Zijn werk zit er ook na elf maanden nog lang niet op.