Muzikale buitenbeentjes in de Dorpskerk*
‘De piano der armen’ werd de accordeon vroeger wel genoemd. Geassociëerd met havencafés en luidruchtige zang is het lang een stiefkindje onder de muziekinstrumenten geweest. Dat vooroordeel geldt niet meer, want wat het Brabantse duo Pieternel Berkers (1986) en Renée Bekkers (1985) liet horen was schitterend. Zij musiceerden met twee andere laureaten van het Prinses Christina Concours op 17 november jl. in de Dorpskerk.
Hun instrumenten zijn grote zwartglanzende klankkasten die zij liefdevol ronddragen alsof het kinderen zijn. Met een klankbereik dat groter is dan van een piano spelen zij muziek uit een repertoire dat zich beweegt tussen Bach en moderne componisten als Lundquist en Olsen. Pieternel: ‘Wij hebben veel werk en spelen meestal in de Randstad. Renée en ik hebben op dezelfde muziekschool gezeten en zijn in die periode het duo Toeac gaan vormen. Daarnaast spelen wij beiden ook solo’. Zij waren goed voorbereid, hadden de bladmuziek thuisgelaten en konden zich daardoor volledig richten op de uitvoering.
In Moessorgski’s delen uit Schilderijen van een tentoonstelling leek een orgel te zijn losgebarsten. In de Promenade hoorden we een huiveringwekkende Gnoom, terwijl Het oude kasteel naar behoren slaperig klonk. De accordeons waren geknipt om De kuikens in hun eierdoppen tot leven te brengen. Astor Piazzolla’s lyrische Oblivion kende heftige momenten om in vergetelheid te eindigen.
‘Die twee andere laureaten’: het klinkt alsof zij er maar bij hingen. Niets is minder waar, want harpiste Sophie Oltheten (1991) en violiste Daphne Oltheten (1989) zijn talenten die hun weg naar de podia reeds hebben gevonden. Ondanks hun jeugd beschikken zij over voldoende techniek en expressie om een zaal te boeien. In de Dance Suite voor harp van D. Watkins waren allerlei interessante dingen te horen. Leuk was dat Sophie in het derde deel met haar voet het geluid van castagnetten nabootste. Met haar zuster Daphne speelde zij vervolgens de bekende variaties op een Engels volksliedje, bekend als Greensleeves. Daphne: ‘Wij spelen thuis veel samen en vinden het hartstikke leuk om te doen’. Dat was zowel in Gabriel Fauré’s Après un rève, als in Aigues van B. Andres te horen. Misschien had iets meer afwerking van de thema’s en afwisseling van tempi het geheel nog boeiender gemaakt.
De Belgische vioolvirtuoos en componist Eugène Ysaye was geobsedeerd door de muziek van Bach. Zijn Obsession, solo vertolkt door Daphne Oltheten, was een min of meer geslaagde compilatie van Bachs meesterwerken. Méditation uit Jules Massenets Thaïs werd door de zusjes Oltheten gaaf uitgevoerd, evenals Gabriel Faurés Berceuse. De mooie toon van de viool van de Franse bouwer Vuillaume kwam in beide werken goed tot zijn recht.
Het duo Toeac besloot het concert met Caricias van S. Klein en How to play in D-Major without caring about it van P. Olsen. ‘U zult vreemde dingen horen’ zei Pieternel Bekkers in haar toelichting. Dat klopte: het begon als het geloei van een scheepstoeter, maar omdat het werk was geïnspireerd op een indianenstam waren ook krijgsdansen en tromgeroffel te horen. In een tumultueuze finale werden alle registers opengetrokken. Mooi, boeiend en vooral leuk.
R.J. Braggaar, Voorschoten
*Tekst
met toestemming overgenomen uit Witte Weekblad
Leiden
