Samba Schutte toonde rijkdom van de Djembe
De drie finalisten van het Leids Cabaret Festival vertoonden in een uitverkochte Dorpskerk hun kunsten. Drie verschillende mensen gaven hun visie op het leven van alledag en zoals het meestal gaat bij mensen die anderen laten lachen: er was veel wrange humor bij.

Ralph Sigmond - hij heeft het geinponem van Bert Visscher en het licht onzekere in zijn optreden van de dichter Jan Arends - was de eerste die optrad. Als beheerder van het lege flessenmuseum zette hij, gekleed in een donkerblauw pak, en voorzien van overhemd en stropdas, het half-mislukte moederskindje neer dat leeft bij kleine wanen en het dagelijks bezoek aan de supermarkt al een uitje vindt. Hij sjouwt rond met een plastic boodschappentas en koopt eenmaal per maand Pringles. In een koker zitten er tachtig en dat betekent elke dag het opwindende feest van twee-en-een halve Pringle. Omdat hij zich altijd ergerde aan Andy Warhols doek met uitsluitend soepblikken van Campbell - had er maar één andere afbeelding tussen gestaan, verzucht hij - staat er tussen zijn lege flessen een kabouter. Het slaat nergens op, net zoals in Sigmonds teksten, die zweven tussen dood en leven en het onvermijdelijke levenseinde tot thema hebben: ‘Alles loopt goed af, ik lig nu heerlijk in mijn graf’.

Willemijn Smeets is uitdagend en zoekt het contact met haar publiek. ‘Mensen die op de eerste rij gaan zitten willen heel graag bij mij zijn’ houdt zij haar publiek dan ook voor. In het lied Sirenengezang zingt zij, begeleid door pianist Huibert Wildschut, over de liefde die eigenlijk vriendschap is en omgekeerd. ‘Wat ze met hem wil, dat mag, dit is fijn, warme vriend van me…, niemand vond hem aardig, niemand vond hem leuk’. Maar ook bij haar knaagt de twijfel of de dingen wel zijn wat ze voorstellen als zij zingt: ‘Mijn hond kreeg kanker aan zijn oor, mijn vis werd vreselijk depressief, zelfs mijn varens maken zich na twee weken van kant…’. Blonde Willemijn houdt haar koppie er desondanks bij en zij zingt ‘Ouwe sokken moet je weggooien, nu huil ik…, nu huil ik weer…’. De roep om vrijheid en gebondenheid, haat en liefde, het is allemaal in dit theaterdier aanwezig.

‘In Nederland heb je altijd tegenwind’ was één van de uitspraken van Samba Schutte, de winnaar van het festival. Gevormd uit een Nederlandse vader en een Mauretaanse moeder leeft hij, met de rijkdom die dat oplevert, binnen twee culturen. ‘Gewoon tussenin zijn is ook sterkte’ vindt hij. ‘Eigenlijk heet ik Dirk-Jan Samba Schutte en die eerste voornaam is wel zo gemakkelijk bij sollicitatiegesprekken. Samba is zo’n typische naam, daarmee werd ik zelfs door Chinezen uitgelachen’. In Amerika vroeg men mij Do you guys live in trees?’. In Mauretanië zijn niet veel bomen, wel veel zon, zand, zand en ezels. ‘De mensen lopen er altijd rond met een glimlach. In Europa heeft men een eenzijdig beeld van Afrika en dat heeft ons een hoop geld opgeleverd’ zegt Samba Schutte met enige zelfspot. Hij bespeelde de Djembe - een met geitenvel bespannen trommel - die een boodschapper is van veel emoties. Van een Deense vriend hoorde hij hoe werd gereageerd op cartoons van de profeet. Een blanke wordt rood, een Chinees oranje en een Arabier kaboemmm!!! ‘Salam aleikum, vrede zij met U’, wenste hij zijn toehoorders. Dirk-Jan Samba Schutte komt er wel.
De reakties van het publiek waren positief. Dineke van ’t Hoff en haar dochter Marthe ‘vonden Ralph Sigmond grappig, Willemijn Smeets heel goed en Samba Schutte de beste’. Franja Mora zei ‘sprakeloos te zijn, hoewel ik niet alles heb kunnen verstaan’ en Rina van der Most en Loes van Strien ‘vonden het anders dan anders, terwijl vooral Samba Schutte een boodschap had’.
Ruud Braggaar
Freelance journalist, Voorschoten
