
Esther Apituley (links) en haar violisten van het
Amsterdam Viola Quartet. (Foto: Peter van Evert)
VOORSCHOTEN - Zo zwaarmoedig de altviool kan klinken, zo luchtig gaan de bespelers er mee om. In de Dorpskerk zijn de reacties op het nieuwjaarsconcert van het Amsterdam Viola Quartet wisselend. De reacties zijn van melancholisch tot schitterend, feit is wel dat Esther Apituley en haar violisten die vrijdagavond indruk maakten.
Henri Boshouwer Kroet, voorzitter van de Stichting Cultureel Gebruik Dorpskerk, haalde het kwartet naar de Dorpskerk. Hij kent Apituley ook van eerdere concerten die hij in Kasteel Duivenvoorde organiseerde. Ze bezoekt Voorschoten inmiddels al een jaar of tien, en het verveelt kennelijk niet. 'Elke keer vraagt het publiek mij weer om haar uit te nodigen,' verklaart Boshouwer Kroet de optredens van de prima donna van de viola, zoals de violiste ook wel wordt genoemd. Een grande dame die veel theater in haar voorstellingen brengt, wat het concert een niet alledaags karakter meegeeft. Een omschrijving die ook geldt voor de bezetting van haar kwartet. Ernst Grapperhaus, Mieke Honingh en Rogier Tak hebben hun sporen in de klassieke muziekindustrie immers al meer dan verdiend.
Dat het trio de medeoprichters zijn van het kwartet en Apituley daarin een prominente rol laat vertolken, zegt wel iets over de status van de artistiek leider van de groep. Het Voorschotense publiek genoot zichtbaar van de voorstelling die door Apituley werd neergezet als de geschiedenis van de aarde. Zo verhaalde ze, na haar solo-opening met Fantasie nr 1 in twee delen van de Duitse barokcomponist Georg Philipp Telemann, over het begin der tijden. Met het daarbij behorende drama, want de ontwikkeling van de aarde is om historische redenen met dat woord verbonden. Om dat verhaal muzikaal te omlijsten, lijkt de altviool een bij uitstek geschikt instrument.
Kleedkamer
Het concert werd doorspekt met theaterachtige stukjes die het concert naar een voor het publiek toegankelijk niveau tilde. Zo speelde de in de zaal aanwezige Oegstgeestse componiste Rita Hijmans daar zowel gewild als ongewild ook een rol in. Een dubbelrol dus. Van haar hand wilde het Amsterdam Viola Quartet Deel 2 gaan spelen maar de partituur was in de kleedkamer blijven liggen. 'Ja, het is zo vanzelfsprekend dat deze er niet meer op staat,' wijst Apituley naar het ontbrekende blad op de muziekstandaard. Nee, het was geen theater, bekent de 'schuldige' Grappenhaus maar wel de wat later gestelde vraag aan het publiek of er zich ook een componist in de zaal bevond, waarvan het kwartet een stuk zou mogen spelen. En als die persoon ook nog eens een uitgeschreven partituur bij zich zou hebben, dan zou dat helemaal mooi zijn.
Toevallig was dat natuurlijk Hijmans, die zich als de zogenaamd voor Apituley onbekende toonkunstenaar presenteerde. 'Echt Voorschoten,' grapte de artistiek leider tegen de zwijgende Oegstgeestse. Het publiek reageerde verrast en enthousiast. Ze speelt daarom ook graag in de Dorpskerk. 'En vanwege de ruime akoestiek die als het ware de altviool draagt. Met de kleine kanttekening dat als je wat sneller speelt, diezelfde akoestiek het niet kan bijhouden. Daarom heb ik het programma ook wat aangepast, met veel lange en mooie lijnen.' Dat gold ook voor het stuk van Hijmans. Voor de Oegstgeestse had Deel 2 wat sneller gemogen. De akoestiek bepaalde echter dat de voorstelling een meer melancholisch karakter meekreeg. Is de toon voor 2011 daarmee gezet? 'Ik wens u veel muziek in uw leven,' besloot Apituley.
Bron: Witte Weekblad (Ruud Pattiapon )
