Nieuws:

Dorpskerk even centrum van stukje Europese cultuur
Daniel Kwartet magnifiek in muzikale meesterwerken
Bron witte Weekblad


Voorschoten – Het Daniel Kwartet bracht vrijdag in de Dorpskerk met veel speelvreugde en begaafdheid een programma dat niet direct voor de hand lag maar wel bijzonder was. De werken van Mozart, Sjostakowitsj en Debussy werden door deze musici door hun vloeiend samenspel en innige beleving moeiteloos tot een eenheid gebracht. Muziek op hoog niveau: de liefhebbers die er niet bij waren hebben veel gemist.


Foto: Jilles de la Rie

Mozart, Sjostakowitsj en Debussy

Mozart schreef zijn op Haydn georiënteerde strijkkwartet KV 421 in d-moll in 1783. Het allegro waarmee het begon werd door eerste violist Benzion Shamir zachtmoedig en beslist ingezet terwijl de andere leden de ragfijne arabesken steunden zoals dat van deze musici verwacht mag worden: attent en met gevoel. In de herhaling, forte gespeeld in een hogere octaaf, braken de opgebouwde spanningen zich een weg. Uit het thema in het laatste deel Allegretto ma non troppo sprak de gekwelde vrolijkheid van de net vader geworden Mozart. Tot in de finesses was dit Mozart op z’n best. 

De muziek van Dimitri Sjostakowitsj is van een geheel ander kaliber. In zijn strijkkwartet opus 110 nr. 8 in c-moll weet hij de gruwelen van de oorlog hoorbaar én voelbaar te maken. Hij schreef dit werk na een bezoek aan Dresden, de stad die in de oorlog volledig werd vernietigd. De dreiging en de doodsangst waren te horen en mede door het voorgeschreven con sordino werd de totale ontreddering voelbaar. De stilte na afloop van het laatste deel was een huiveringwekkend mengsel van grijze as, steen, brandgeur. Het kan niet anders of Sjostakowitsj heeft hiermee tevens de gruwelen van het Stalin-tijdperk willen uitbeelden.

Na de pauze werd het strijkkwartet opus 10 in g-moll van Debussy uitgevoerd. Waar bij Sjostakowitsj alles steen en stad is proeven wij bij Debussy de lieflijke landschappen uit onze jeugd met daarin zonlicht, zachte geuren en de belofte van een heerlijke dag. Toch sloot met name het laatste deel Très modéré, très mouvementé et avec passion uitstekend aan bij het kwartet van Sjostakowitsj. De mooie klankkleuren maakte ook dit werk tot een genot.   

Elke maand terugkomen

‘Schitterende zaal’ merkte Shamir na afloop op. Daarnaast was hij blij met het ‘uitstekend contact met het enthousiaste Voorschotense publiek’. Dat leverde als toegift het Menuet uit het strijkkwartet in Es-groot van Haydn op. Zelfs de namen der bouwers der instrumenten klinken als muziek. Shamir bespeelde een Grancino, tweede violist Misha Furman een Mantegazza, altviolist Itamar Shimon een instrument van de Hongaarse bouwer Erdesz en celliste Joanna Pachucka een Scarampella. De Europese muziekcultuur is zo rijk dat we deze artisten veel vaker zouden willen horen. Veel Mozart, en dan in het bijzonder zijn Dissonanten-kwartet, Schuberts Der Tod und das Mädchen, Beethoven, Donizetti, Dworsjak, Haydn, de modernen. Zij mogen wat mij betreft elke maand terugkomen.   

Muziek recensie Ruud Braggaar